Mel Gibson’s Apocalypto (2006) en de betrouwbaarheid van historische films- essay cursus vroegmoderne tijd

In oktober 2015, aan het begin mijn tweede universitaire jaar, volgde ik de cursus Vroegmoderne tijd (ca. 1450-1792, maar daar bestaat (te) veel discussie over). Tot mijn plezier werd tijdens de cursus aandacht besteed aan de relatie tussen (historische) films en geschiedenis. We dienden een essay te schrijven waarin we de mogelijke valkuilen en bezwaren bij het gebruik van films als historische bron aan de orde stelden. Dit moesten we doen aan de hand van een film uit de vroegmoderne tijd. Ik koos voor Apocalypto (2006) van regisseur Mel Gibson. Eén van mijn favoriete films, maar historisch verre van betrouwbaar…

apocalypto

Eigen beoordeling (als liefhebber): 9/10

Geïnteresseerd? Het essay-met spoilers-bevindt zich hieronder.

Historische films en historici

Mogelijke valkuilen en bezwaren aan de hand van Mel Gibsons ‘Apocalypto’

Tim Bouwhuis

 Historici zijn voor hun publicaties met name aangewezen op tekstuele bronnen. Teksten worden over het algemeen als beschikbaar én betrouwbaar geclassificeerd. Dit neemt niet weg dat historici heden ten dage over meer soorten bronnen kunnen beschikken. Dit essay richt zich op één van deze bronnen, namelijk de (historische) film. Historische accuraatheid is bij zo’n film vrijwel nooit het primaire doel. Toch bevatten veel historische films een claim van (op z’n minst gedeeltelijke) historische accuraatheid. Op zich hoeven deze claims niet schadelijk te zijn. Vanuit het oogpunt van de Amerikaanse historicus Robert Rosenstone kunnen filmmakers (betrouwbare) historici zijn, en zijn ze dat in veel gevallen ook al.[1] Bij deze visie kunnen de nodige vraagtekens geplaatst worden. Dit essay concentreert zich dan ook op de mogelijke bezwaren en valkuilen bij het gebruik van films als historische bron. Uitgangspunt is de vraag of het mogelijk is historische films als volwaardige historische bronnen te benaderen. In eerste instantie zal dit essay hiertoe de visie van twee historici op deze thematiek uitlichten. Vervolgens is er aandacht voor Mel Gibsons film Apocalypto (2006). Dit filmepos zal als voorbeeld dienen om te laten zien welke onjuiste claims historische films met zich mee kunnen brengen, en waarom zij schadelijk zijn. De conclusie zal tenslotte een gewogen uitspraak over de waarde van films als historische bronnen tentoonspreiden.

Binnen het ‘filmdiscours’, het debat over de waarde van historische films voor historici, zijn vele zienswijzen mogelijk. Hier is aandacht voor de visies van twee historici, die binnen dit discours evident uiteenlopende standpunten innemen. De eerste historicus, Robert Rosenstone, is reeds genoemd in de inleiding. Rosenstone is een voorvechter van het gebruik van films als een manier om het verleden te representeren. In zijn  opinie zijn geschreven teksten niet per definitie ‘beter’ dan films, en zijn films en teksten op sommige gebieden overeenkomstige historische bronnen.[2] Films kunnen daarnaast niet weggelaten worden in de kijk van historici op het verleden. Vandaag de dag bereiken films immers een groot publiek, waardoor zij bepalend zijn in de wijze waarop veel mensen het verleden beschouwen.[3] ‘Film-makers can be and already are historians’, zo stelt Rosenstone.[4] De visie van Rosenstone werpt twee significante kritiekpunten op. In de eerste plaats is Rosenstone, zoals hij zelf ook toegeeft, een overtuigd postmodernist.[5] Dit houdt in dat hij gelooft dat taal geen absolute waarheden kan bevatten; taal is een constructie, en kan eindeloos geïnterpreteerd worden. Historici die deze postmodernistische zienswijze afkeuren, zullen er terecht op attenderen dat geschreven teksten wel degelijk objectieve waarheden kunnen bevatten. Films daarentegen geven vaker een vertekend historisch beeld, omdat zij in de meeste gevallen een hoger doel dienen dan correcte representatie van het verleden. In de tweede plaats legt Rosenstone veel nadruk op het feit dat films een groot publiek bereiken, en daarmee veel positieve dan wel negatieve opschudding teweeg kunnen brengen. Voor geschreven teksten gaat dit echter evengoed op.

De Britse historicus John Morrill is aanzienlijker kritischer over de rol van historische films in onze maatschappij. Hij waarschuwt specifiek voor films met een waarheidsclaim. Films die onterecht claimen waargebeurd te zijn, vormen een gevaar voor het publieke bewustzijn, en kunnen een destructieve uitwerking hebben.[6] Mensen die deze films bekijken, kunnen namelijk een sterk vertekend beeld van de geschiedenis vergaren. Morrill meent dat er daarom voor de historicus een belangrijke rol weggelegd is: het is zijn taak te waarschuwen voor films die een ongegronde waarheidsclaim bezitten. Het is geenszins Morrills bedoeling deze films te verbannen, daar dit überhaupt niet haalbaar zou zijn. Ook bestaat er geen probleem als een film in kwestie al niet serieus genomen dreigt te worden.[7] Om Morrills visie te verduidelijken, zal nu een voorbeeld gegeven worden van een film met een ongegronde waarheidsclaim, namelijk Mel Gibsons ‘Apocalypto’ (2006).

Om te beginnen zal de film beknopt samengevat worden. Jaguar Paw, het hoofdpersonage, is een jager uit een kleine Maya-stam. Het dorp waar deze stam woont, wordt aangevallen en platgebrand door een andere Maya-stam. Paw wordt als gevangene meegevoerd, en ziet zich gedwongen zijn zwangere vrouw en zoontje in een put in de jungle achter te laten. De tocht leidt Paw en zijn stamgenoten naar een grote Mayastad met enkele offerpiramides. Op deze piramides worden de gevangenen stuk voor stuk op gruwelijke wijze geofferd, met als doel de Mayagoden weer gunstig te stellen. Mislukte oogsten en ziekten teisteren namelijk het land, en hebben geleid tot verregaande ontbossing en abominabele leefomstandigheden. Jaguar Paw wordt gered door een zonsverduistering, die opgevat wordt als een goed teken van de goden. De offerceremonie wordt beëindigd, maar de ironie wil dat de overige gevangenen via een sadistisch spel op een balveld alsnog omgebracht worden.[8] Enkel Paw weet te ontkomen. Na een klopjacht door de jungle slaagt hij erin veel van zijn achtervolgers af te schudden of te doden. Paw en zijn laatste twee achtervolgers staan aan het einde van de jungle ineens oog in oog met Spaanse ontdekkingsreizigers, die precies op dat moment voet aan wal zetten.  Apocalypto eindigt met de hereniging van Jaguar Paw met zijn vrouw en zijn zoontjes (de tweede pasgeboren).

Zoals de Amerikaanse religiewetenschapper Robert A. Yelle heeft aangetoond, staat Apocalypto bol van de christelijke symboliek; zij bevat talloze parallellen met het evangelie en de kruisiging van Christus. Daarnaast ziet Yelle een aantal gelijkenissen met een andere film van Gibsons hand, The Passion of the Christ (2004).[9] In dit essay is voor een analyse van deze verborgen symboliek geen ruimte; hier volstaat het te zeggen dat de verborgen (christelijke) agenda van de regisseur aan de gemiddelde kijker voorbij zal gaan, wat te allen tijde een vertekende perceptie van de werkelijke bedoelingen van de film zal opleveren. Een andere gedachte achter Apocalypto is minder latent, maar helaas ook een stuk kwalijker van aard. De conservatieve katholiek Gibson gebruikt zijn film namelijk als een rechtvaardiging van de kolonisatie en kerstening van het Amerikaanse continent. De openingsquote van de film spreekt boekdelen: ‘A great civilization is not conquered from without until it has destroyed itself from within’ (W.Durant).  De gehele film is eigenlijk een poging deze quote te onderstrepen: middels bruut geweld, primitieve rituelen, massagraven en wederzijdse vernietiging dient de kijker ervan overtuigd te raken dat de Maya’s inderdaad stereotype ‘savages’ waren.[10] In dat geval kwamen de Europeanen met hun christelijke idealen op het juiste moment; het laatste hoofdstuk van de dvd is niet voor niets getiteld ‘a new beginning’.[11] Gibson gaat hierbij volledig voorbij aan de (in sommige gevallen soortgelijke) gruwelen die de inheemse bevolking van de kolonisatoren te verduren kregen. [12] Bovendien is historische accuraatheid in Apocalypto niet het grootste goed; zo bloeide de Mayacultuur in 1502 al eeuwen niet meer zoals in de film getoond wordt.[13] Gibson perst eeuwen Mayacultuur in een enkele tijdspanne, zonder aandacht te besteden aan contextuele veranderingen. Daarnaast was het Mayavolk op diverse vlakken een stuk minder primitief en onderontwikkeld dan Apocalypto ons doet geloven.[14]

Zodoende is Apocalypto een goed voorbeeld van een film die pretendeert onschuldig te zijn, maar dit in werkelijkheid niet is. Onder de schijn van actie en amusement biedt zij een rechtvaardiging voor de kolonisatie en kerstening van het Amerikaanse continent. Een kijker met weinig kennis van de feitelijke loop van gebeurtenissen kan zich  laten overtuigen van de suggestie dat de Maya’s door de kolonisatoren van zichzelf gered zijn.[15] Apocalypto doet zodoende precies datgene waar John Morrill voor waarschuwt: ze brengt het publieke bewustzijn in gevaar, en vormt een vertekend beeld van de geschiedenis. Het is bij dit soort films dat de historicus van zich dient te laten spreken. Hij heeft immers iets voor op de reguliere filmkijker: een kritische, deskundige blik op de geschiedenis. Dit essay behandelde de vraag in hoeverre historische films van waarde kunnen zijn als historische bron. Een eenduidig antwoord op deze vraag behoort niet tot de mogelijkheden, daar dit essay zich aan de hand van Apocalypto niet aan generalisatie schuldig wil maken. Desondanks kan gesteld worden dat het bij iedere historische film van belang is feit en fictie te onderscheiden, en dat onjuiste waarheidsclaims schadelijk zijn, en daartoe ontmaskerd dienen te worden. De rol van de historicus hierin is groot, en zal navenant aan het belang van het filmdiscours steeds verder toenemen.

Noten

[1] Robert A. Rosenstone, History on Film/ Film on History (Harlow 2006) 8.

[2] Rosenstone, History on Film, 1-2.

[3] Ibidem, 4.

[4] Ibidem, 8.

[5] Ibidem, 3.

[6] John Morrill, ‘Oliver Cromwell and the Civil Wars’, in: Susan Doran en Thomas S. Freeman (red.), Tudors and Stuarts on Film. Historical Perspectives. (Houndmills 2009) 204-219, 218.

[7] Morrill, ‘Oliver Cromwell’, 218.

[8] Dit balveld werd naar alle waarschijnlijkheid gebruikt voor het zogeheten ‘Meso-Amerikaanse balspel’, zie voor oppervlakkige informatie: https://nl.wikipedia.org/wiki/Meso-Amerikaans_balspel.

[9] Robert A.Yelle, ‘The Ends of Sacrifice: Mel Gibson’s Apocalypto as a Christian Apology for Colonialism’, The Journal of Religion and Popular Culture 23 (2011) 82-89, 82, 85.

[10] Robert Fish, ‘Apocalypto’, Wicazo Sa Review 23 (2008) 2, 20-21, 21.

[11] Yelle, ‘The Ends of Sacrifice’, 83.

[12] Elizabeth Graham, ‘Another View’, http://www.theguardian.com/film/2007/jan/08/2 (8-10-2015).

[13] ‘Verval van de Mayacultuur in de negende eeuw’, http://www.isgeschiedenis.nl/nieuws/verval-van-de-mayacultuur-in-de-negende-eeuw/ (8-10-2015).

[14] Graham, ‘Another View’ (8-10-2015).

[15] Fish, ‘Apocalypto’, 21.

Geef een reactie