Paper vak Christendom: motieven voor de veroordeling van de Tempeliersorde

0709b

In september en oktober 2016 volgde ik het vak Christendom: van beweging tot wereldreligie. Het vak was onderdeel van de minor religiestudies, en behandelde naast de bekende westerse perspectieven gelukkig ook continenten als Afrika en Zuid-Amerika. Mijn paper voor het vak was weer wat westerser geconcentreerd, en is hieronder terug te lezen. Het onderwerp: het proces tegen de Tempeliersorde (1307-1312), en specifieker de relatie tussen religieuze en politieke motieven in de veroordeling van de beschermers van het Heilige Land.

Het einde van de Tempeliersorde

Beschuldiging en veroordeling in de politieke context van de vroege veertiende eeuw

In 1120 werd in Jeruzalem de eerste officiële militaire orde van de westerse wereld opgericht. De Tempeliers waren religieuze broeders, die een eed moesten zweren om elkaar en de orde trouw te blijven.[1] Bekender werden zij echter om de rollen die ze op militair en economisch gebied vervulden. De Tempeliers werden de belangrijkste verdedigers van het ‘christelijke’ Heilige Land, en speelden een actieve rol in het bevechten van de Saracenen. Daarnaast waren zij een soort premoderne bankiers. Vanaf de twaalfde eeuw beheerde de orde gedurende diverse perioden de spaarkas van de Franse koning, en leenden zij regelmatig geld aan particulieren.[2]

Aan het bestaan van de Tempeliersorde kwam aan het begin van de veertiende eeuw een vrij abrupt einde. Beschuldigingen van ketterij rechtvaardigde in het najaar van 1307 de arrestatie van Tempeliers in Frankrijk, en spoedig volgden ook andere landen. Al in 1310 werden in Frankrijk Tempeliers veroordeeld tot de brandstapel. De processen van de inquisitie deden hun werk, en in een paar jaar tijd verwerden de leden van de orde van beschermers van het Heilige Land tot ketters en duivelaanbidders. In 1314 werd Jacques de Molay, de grootmeester van de Tempeliersorde, verbrand in Parijs. De Tempeliersorde was niet meer.[3]

De beschuldigingen en processen tegen de Tempeliers zijn, zeker vanaf de jaren zeventig van de vorige eeuw, het onderwerp van uitgebreide historiografische discussie. Een standaardwerk van Malcolm Barber, The Trial of the Templars, wierp licht op een even voor de hand liggende als significante vraag: Hoe betrouwbaar waren de beschuldigingen tegen en bekentenissen van de Tempeliers nu eigenlijk? In navolging van Barbers werk hebben diverse historici de rapporten van de inquisitionele processen aan intensieve studie onderworpen.[4] Hun conclusies fluctueren in de resultaten van individuele bekentenissen (die verschillen immers per land en per proces), maar hun algemene beschouwingen hebben een gemeenschappelijke deler: het belang van nuance met betrekking tot de betrouwbaarheid van de bronnen die voorhanden zijn.

In dit paper zal ik voorbij gaan aan de analyse van individuele bekentenissen om mijn licht te kunnen werpen op die kernvraag van betrouwbaarheid. De reden hiervoor is tweeledig. Enerzijds is hiervoor binnen het bestek van dit paper geen ruimte; anderzijds zijn de bekentenissen zo divers, dat het trekken van eenduidige conclusies in dit verband een schier onmogelijke opgave is. In plaats daarvan is mijn doel een analyse te bieden van de bredere contexten waarbinnen de beschuldigingen en bekentenissen in Frankrijk vorm kregen. De volgende vraag stel ik hierbij centraal: Welke aspecten droegen in Frankrijk bij aan de veroordeling en daaropvolgende opheffing van de Tempeliersorde? Ik behandel deze vraag primair aan de hand van twee personen die een niet te missen rol hebben gespeeld in het proces tegen de Tempeliers. Het betreft Philip IV, koning van Frankrijk tijdens de processen, en Clement V, die als eerste paus zijn residentie had in Avignon.[5] In dit paper zal ik door middel van literatuurstudie hun rol in de beschuldiging en veroordeling van de Tempeliersorde analyseren. Ik kijk daarbij welke factoren hun optredend handelen in de loop van de periode 1307-1314 beïnvloed kunnen hebben. Voordat ik dit doe, beschouw ik kort de maatschappelijke positie van de Tempeliers in de aanloop naar 1307. Daarna benoem ik de aanklachten die daarop in 1307 geformuleerd werden. Deze twee onmisbare elementen vormen de opmaat naar de hoofdmoot van dit paper, de analyse van de rollen van Philip IV en Clement V. Aansluitend op die analyse zal ik dit paper afsluiten met een kort resumé van de belangrijkste observaties, die tezamen het antwoord vormen op de vraag die in dit paper centraal staat.

De Tempeliers onder druk

De beschuldigingen tegen de Tempeliers volgden op een periode waarin de orde om uiteenlopende andere redenen al onder druk stond. In 1291 was Akko, het laatste grote christelijke bolwerk in het Heilige Land, in handen van de Saracenen gevallen. De Tempeliers waren als schuldigen aangewezen, omdat het immers hun taak was geweest Akko te verdedigen.[6] De kritiek op het militaire falen van de Tempeliers werd gemengd met een algemeen wantrouwen tegen de rijkdom, macht, arrogantie en trots die de orde zou omhullen. Dat wantrouwen vormde de heersende publieke opinie in Frankrijk, en faciliteerde in 1307 mede de aanklachten van koning Philip IV van Frankrijk aan het adres van de Tempeliers.[7]

De aanklachten

Hoe luidden die aanklachten dan exact? Welnu, primair behelsden ze het idee dat de Tempeliers ketters waren, die de christelijke God verworpen hadden en in plaats daarvan andere goden aanbaden. In het kielzog van deze beschuldiging werden andere aanklachten geformuleerd. Zo zouden er binnen de orde homoseksuele relaties bestaan, zouden Tempeliers elkaar op onzedelijke plaatsen gekust en betast hebben, zouden zij kruizen bespuugd hebben, en zouden zij afgodsbeelden vereren.[8] Het is belangrijk te benadrukken dat deze beschuldigingen in korte tijd waren geconcretiseerd. Als zij al circuleerden in de decennia daarvoor, dan was het in zeer abstracte vorm geweest.[9] De beschuldigingen die Philip IV in aanloop naar de eerste arrestaties in september 1307 op schrift zette waren dat niet. Dit roept de volgende vraag op: welke redenen kan Philip IV gehad hebben om zulke expliciete beschuldigingen te uiten jegens de Tempeliersorde?

Philip’s motieven

Meestal worden er door onderzoekers die zich over deze vraag buigen drie redenen opgeworpen.[10] In de eerste plaats waren de Tempeliers volgens sommigen een bedreiging voor de politieke positie van de Franse koning geweest. Die these is onhoudbaar. Uit niets blijkt namelijk dat de Tempeliers die politieke positie ambieerden. Daarnaast was hun eigen invloed juist tanende, waardoor zij nooit in staat zouden zijn geweest een dergelijke machtspositie succesvol na te jagen. In de tweede plaats zou Philip IV de orde hebben willen ontmantelen in de hoop beslag te kunnen leggen op hun rijkdommen. Dat idee is op z’n minst naïef: Philip moet in ieder geval geweten hebben dat de kerk nooit zou hebben toegestaan dat donaties voor de verdediging van het Heilige Land in handen zouden komen van de Franse koning.  Een derde en laatste reden omvat de religieuze beschuldigingen zelf. Philip IV zou een fanatieke vervolger zijn geweest van religieuze dissidenten, die geen andere keuze had dan de ketterse Tempeliers te veroordelen. Alhoewel er wel aanwijzingen zijn dat Philip IV zo religieus was als deze these veronderstelt, is het niet plausibel te stellen dat de beschuldigingen alleen onder religieuze overwegingen tot stand zijn gekomen. In plaats daarvan is de meest waarschijnlijke verklaring dat de beschuldigingen primair geduid moeten worden aan de hand van de politieke machtsstrijd tussen Philip IV en de paus, en aan de hand van de impliciete verwachting van het Franse volk dat Philip handelend zou optreden.[11]

Die politieke duiding kan in eerste instantie al helpen de plotselinge totstandkoming van de beschuldigingen te plaatsen. Tot 1307 is er namelijk geen enkele vorm van vijandigheid tussen Philip IV en de Tempeliersorde gedocumenteerd. Wel is het zo dat de Tempeliers in 1302 al een keer indirect tegenover de Franse koning hadden gestaan, toen ze een aantal Vlaamse gewesten ondersteunden in hun opstand tegen zijn politieke gezag. Er zijn echter ook tekenen dat de Franse koning en de Tempeliers juist (economische) bondgenoten waren. In 1303 was immers nog de laatste periode ingegaan dat de Tempeliers de Franse staatskas in beheer hielden.[12] Deze paradox maakt het onwaarschijnlijk dat Philip een persoonlijke afkeer van de orde had. Wat waarschijnlijker is, is dat zijn acties verklaard kunnen worden vanuit de bredere politieke context waarbinnen hij rond 1307 opereerde.

Een politieke machtsstrijd

De eerste reden met betrekking tot die context betreft de wisselwerking en de machtsstrijd tussen Philip IV en Clement V, de paus, die op dat moment in Avignon zetelde. In de zomer van 1305 waren Clement al diverse beschuldigingen aan het adres van de Tempeliers ter ore gekomen. In eerste instantie geloofde hij die beschuldigingen niet, omdat de orde een zeer eervolle status had, waarbinnen de aanklacht van ketterij geen plaats kon hebben.[13] Als in september 1307 de arrestaties tegen de Tempeliers in gang gezet worden, ziet Clement zich dan ook gedwongen in te grijpen. Het doel van Philip IV was immers al snel duidelijk geworden: zo snel mogelijk een einde maken aan het bestaan van de Tempeliersorde. Op 22 november 1307 vervaardigt Clement V een pauselijk bul, de zogeheten ‘pastoralis praeeminentiae’. Het portee van de bul was de opdracht aan alle christelijke heersers in Europa om de Tempeliers te arresteren en hun eigendommen over te nemen uit naam van de paus.[14]

Dit pauselijke bul had directe gevolgen voor de handelswijze van Philip IV. Die moest nu namelijk eerst uitzoeken of hij de vervolging van de Tempeliers wel kon doorzetten zonder pauselijke steun. Philip informeerde hiernaar bij enkele vooraanstaande theologen uit Parijs, die hem ervan verzekerden dat hij de paus nodig had om de orde te ontmantelen.[15] Hierop vond in de zomer van 1308 een ontmoeting plaats tussen de paus en de Franse koning. De uitkomst van die ontmoeting was dat Clement V drie van zijn kardinalen de opdracht gaf de aanklachten van de Franse koning nauwgezet te onderzoeken. Nog een jaar later stelde hij een pauselijke commissie in, die datzelfde doel had.[16] Er bestaat een duidelijke tegenstelling tussen Clement’s eigen ideeën over de aanklachten en de politieke handelingen die hij met betrekking tot diezelfde aanklachten verrichte. Uit de opdracht die de paus de drie kardinalen meegaf blijkt dat hij (nog) niet van plan was de Tempeliers te excommuniceren. Bovendien wilde Clement niet alleen iets weten over de betrouwbaarheid van de beschuldigingen tegen de orde in het algemeen, maar ook over de betrouwbaarheid van een aantal specifieke beschuldigingen. Waar Clement geloofde dat sommige specifieke aanklachten waar konden zijn, had hij grote twijfels over de algemene schuld van de orde.[17] Toch ging hij langzamerhand geheel mee in de aanklachten van de Franse koning. De pauselijke commissie van 1309 kan in dat verband gezien worden als een laatste poging Philip IV van snelle ontbinding van de orde te weerhouden.[18] In 1312 verscheen het pauselijke bul ‘vox in excelso’, waarin hij onder andere het volgende schreef:

‘This house has aroused my anger and wrath, so that I will remove it from my sight because of the evil,… setting up their idols in the house. The order is guilty of fornication…immolating its sons…consecrating them to demons and not to God, to gods whom they did not know’.[19]

Hieruit blijkt duidelijk dat Clement tenminste schriftelijk toegeeft in de gedane beschuldigingen te geloven. Hij ziet zichzelf als een bemiddelaar Gods, die aangesteld is om de afvallige Tempeliers te straffen. In 1314 zou hij ook degene zijn die de orde definitief ontbindt.[20]

Het is echter nog maar de vraag of Clement V daadwerkelijk geloofde in de schuld van de Tempeliers toen hij ‘vox in excelso’ schreef. Een korte beschouwing van Clement’s politieke positie in die periode kan dat punt kracht bijzetten. In de basis was die positie namelijk al zwak; niet voor niets was Clement V de eerste paus die zijn residentie in ‘ballingschap’ had, en niet in Rome. De beschuldigingen tegen de Tempeliers brachten niet alleen de Tempeliers zelf in gevaar. De religieus gegronde aanklachten konden het pausdom serieus in diskrediet brengen. De Tempeliersorde was immers een belangrijke representant geweest van christelijke normen en waarden in de westerse wereld. Clement vreesde dat niet alleen de orde, maar ook hijzelf van ketterij beticht zou kunnen worden. [21] Dat maakte het hem echter nog niet makkelijk de orde zomaar te verketteren, want de Tempeliers waren belangrijke politieke bondgenoten van de paus. In 1282 had toenmalig paus Martin IV hen nog ‘les fils aimés du pape’ genoemd. Toch ging Clement in de loop van een paar jaar geheel overstag. In dit verband ligt de these voor de hand dat Clement zich geheel of gedeeltelijk heeft laten manipuleren door Philip IV. Diens doel, namelijk de ontbinding van de orde, was duidelijk, en toen hij erachter kwam dat hij hierin niet zonder de paus kon, heeft hij moeten zoeken naar manieren om hem voor zijn politieke karretje te spannen. De precieze manier waarop dit gegaan moet zijn, kan niet worden geboekstaafd. Wel kan gesteld worden dat Philip IV waarschijnlijk niet heel veel moeite heeft hoeven doen. De angst voor een kerkelijk schandaal en een daaraan gelieerd verlies was rond 1312 zo groot, dat Clement V toen besloten moet hebben zich heel concreet (middels een pauselijk bul) tegen de orde uit te spreken. Clement V koos uiteindelijk dus voor zijn eigen gewin.[22]

De publieke opinie

De door Philip V gewonnen machtsstrijd met de paus vormt niet de enige verklaring voor de teloorgang van de Tempeliers. In 1307 had de publieke opinie in Frankrijk zich namelijk volledig tegen de Tempeliers gekeerd. In zijn boek The Trial of the Templars betitelt Malcolm Barber de veroordeling van de Tempeliers als een ‘medieval tragedy’. De beschuldigingen tegen de Tempeliers speelden in op de angsten van het Franse volk voor de dingen die ze niet begrepen. Eschatologische verwachtingen gingen hand in hand met het idee dat het kwaad rond huisde in de wereld, en ingedamd moest worden.[23] Middels de concrete beschuldigingen van 1307 speelde Philip IV in op de xenofobie die in Frankrijk hoogtij vierde. Daarmee is niet gezegd dat de beschuldigingen geheel verzonnen zijn. Maar het laat wel zien dat de beschuldigingen op zichzelf geen afdoende verklaring vormen voor de vrij plotselinge veroordeling en subsequente opheffing van de orde.

Conclusie

Het uitgangspunt van dit paper was de volgende vraag: Welke aspecten droegen in Frankrijk bij aan de veroordeling en daaropvolgende opheffing van de Tempeliersorde? Om deze vraag te kunnen beantwoorden heb ik in de eerste plaats een beeld geschetst van de maatschappelijke positie van de Tempeliers in aanloop naar de veroordeling. Die positie was geënt op wijdverbreide kritiek, die zich primair baseerde op de tanende, bijna uitgespeelde rol van de Tempeliers in het Heilige Land. Vervolgens heb ik gekeken naar de precieze aard van de beschuldigingen die door de Franse koning ten aanzien van de orde geformuleerd werden. Ketterij vormde de hoofdmoot van de aanklacht, maar meer specifieke beschuldigingen werden ook niet geschuwd. De aanklacht tegen de Tempeliers was in een zeer kort tijdsbestek geconcretiseerd.

De vraag die uit dat gegeven voortvloeide, was welke redenen Philip IV gehad kon hebben deze beschuldigingen te uiten. Het antwoord daarop is tweeledig. Enerzijds moet Philip’s handelend optreden worden gezien in de context van een politieke machtsstrijd tussen Philip en paus Clement V. Omdat de verdediging van het Heilige Land vanaf de twaalfde eeuw al een primaire verantwoordelijkheid van het pausdom was geweest, konden de beschuldigingen de positie van Clement V serieus in diskrediet brengen. Philip IV was uit op snelle ontbinding van de orde, maar kon hierin niet zonder de hulp van de paus. Clement V stond echter sceptisch tegenover de vermeende schuld van de Tempeliers, en spande zich er toe in via pauselijke bullen en onderzoekscommissies de onderste steen boven te halen. De moeilijk te toetsen, maar wel plausibel te achten invloed van Philip IV zorgde er mede voor dat die inspanningen op den duur leidden tot een veranderde visie. In het pauselijke bul ‘vox in excelso’ spreekt Clement V zijn afgrijzen uit over de nu waar geachte beschuldigingen, en in 1314 is hij verantwoordelijk voor het formeel ontbinden van de orde.

Het is niet alleen de manipulatieve invloed van Philip IV die Clement V hier vermoedelijk toe gebracht heeft; ook zijn angst om zijn pauselijke positie ondermijnd te zien heeft een aanzienlijke rol gespeeld. Dit brengt me bij de tweede reden die eigenlijk zowel Philip IV als Clement V hadden om de Tempeliersorde ten val te brengen. De invloed van de publieke opinie op beide machthebbers is zeer groot geweest. Waar Clement V bang was door het volk als een ketter te worden aangewezen (omdat hij ketters verdedigde), gebruikte Philip IV de xenofobie en sociale onrust juist om zijn eigen positie te versterken. Philip’s aanval op de orde sloot aan op de toenemende publieke kritiek op het maatschappelijk functioneren van de Tempeliers.

Daarmee kan geconcludeerd worden dat het einde van de Tempeliersorde in de strikte, met name politieke context van het begin van de veertiende eeuw bezien moet worden. Een combinatie van politiek eigenbelang, een kritisch publiek, een tanende machtspositie en sociale onrust werd de Tempeliersorde uiteindelijk fataal. Dat zegt niets over de validiteit van de christelijk-religieuze beschuldigingen van ketterij, maar het plaatst ze wel in een ander daglicht.

 

Bibliografie

 

Boeken

Barber, Malcolm, The Trial of the Templars (Cambridge 1978).
Burgtorf, Jochen, Helen Nicholson en Paul Crawford, The Debate on the Trial of the Templars (1307-1314) (Farnham 2010).
Gilmour-Bryson, Anne, The Trial of the Templars in the Papal State and the Abruzzi (Rome 1982).
Nicholson, Helen, On the Margins of Crusading: the Military Orders, the Papacy and the Christian World (Farnham 2011).

Artikelen

Forey, A.J., ‘The Military Orders in the Crusading Proposals of the Late-Thirteenth and Early-Fourteenth Centuries’, Traditio 36 (1980), 317-345.
Gilmour-Bryson, Anne, ‘Sodomy and the Knights Templar’, Journal of the History of Sexuality 7 (1996) 2, 151-183.

Noten

[1] Anne Gilmour-Bryson, ‘Sodomy and the Knights Templar’, Journal of the History of Sexuality 7 (1996) 2, 151-183, 154. Helen Nicholson, On the Margins of Crusading: the Military Orders, the Papacy and the Christian World (Farnham 2011) 85.

[2] Gilmour-Bryson, ‘Sodomy’, 154-155. Anne Gilmour-Bryson, The Trial of the Templars in the Papal State and the Abruzzi  (Rome 1982) 10.

[3] Gilmour-Bryson, ‘Sodomy’, 152,156, 165. Jochen Burgtorf, Helen Nicholson en Paul Crawford, The Debate on the Trial of the Templars (1307-1314) (Farnham 2010) 40. Gilmour-Bryson, The Trial of the Templars, 18.

[4] Hierbij doel ik o.a. op Anne Gilmour-Bryson en Helen Nicholson. Gilmour-Bryson heeft haar kennis van het Latijn bijvoorbeeld benut om te kijken naar de processen in Zuid-Italië (de regio Abruzzi) en in de pauselijke staten.

[5] De periode dat de Paus verblijf hield in Avignon (1309-1377) staat bekend als de Babylonische ballingschap der Pausen. De processen tegen de Tempeliers vallen precies samen met de ‘verhuizing’ van Clement V naar Avignon. Dit is ook een reden dat ik ervoor gekozen heb me geografisch op Frankrijk te concentreren. Een andere reden is dat de arrestaties en beschuldigingen hier begonnen respectievelijk ontstaan zijn. Alle processen in andere landen ontstaan later, en moeten herleid worden naar de oorspronkelijke initiatie van koning Philip IV.

[6] Gilmour-Bryson, ‘Sodomy’, 155.

[7] A.J. Forey, ‘The Military Orders in the Crusading Proposals of the Late-Thirteenth and the Early-Fourteenth Centuries’, Traditio 36 (1980) 317-345, 317. Malcolm Barber, The Trial of the Templars (Cambridge 1978) 79. Gilmour-Bryson, The Trial of the Templars, 12.

[8] Barber, The Trial of the Templars, 1. Gilmour-Bryson, ‘Sodomy’, 155,165.

[9] Burgtorf, Nicholson en Crawford, The Debate on the Trial, 12. Gilmour-Bryson, ‘Sodomy’, 181-82.

[10] Gilmour-Bryson, The Trial of the Templars, 11.

[11] Ibidem, 11-12. Burgtorf, Nicholson en Crawford, The Debate on the Trial, 4.

[12] Ibidem, 10. Burgtorf, Nicholson en Crawford, The Debate on the Trial, 12,46.

[13] Nicholson, On the Margins of Crusading, 80-81. Barber, The Trial of the Templars, 73.

[14] Barber, The Trial of the Templars, 73, 109-110.

[15] Nicholson, On the Margins of Crusading, 81. Burgtorf, Nicholson en Crawford, The Debate on the Trial, 5.

[16] Nicholson, On the Margins of Crusading, 83. Burgtorf, Nicholson en Crawford, The Debate on the Trial, 93. Gilmour-Bryson, ‘Sodomy’, 172.

[17] Nicholson, On the Margins of Crusading, 83,85,87-88. Barber, The Trial of the Templars, 2.

[18] Burgtorf, Nicholson en Crawford, The Debate on the Trial, 93.

[19] Nicholson, On the Margins of Crusading, 79-80. Clement V gebruikt 1 Kon 9:6-9 als Bijbelse onderbouwing voor het benoemen van de goddelijke toorn die de Tempeliers op zich afroepen door andere goden te vereren.

[20] Ibidem, 75,79-80.

[21] Ibidem, 79,88.

[22] Ibidem, 79,82,88. Barber, The Trial of the Templars, 96-97.

[23] Barber, The Trial of the Templars, 79,243,247.

2 gedachten over “Paper vak Christendom: motieven voor de veroordeling van de Tempeliersorde”

  1. Interessante paper, Tim! Ken je de roman De Paarse Ruiter van Peter Geelen, toevallig? Dat is het eerste deel in een trilogie over de Tempeliers en hun ondergang. Historische roman, dus fictie rondom feiten, maar daardoor niet minder interessant!

    1. Nee, zegt me niets, maar ik houd ’em in m’n achterhoofd! Ik heb een trilogie gelezen over (in eerste instantie) de kruistochten, waarbinnen in deel drie de vervolging van de Tempeliers uitgebreid aan bod komt. Brethren, Crusade en Requiem van Robyn Young. Dat zijn ook zeker aanraders! Ook een stukje Mongolenrijk;

Geef een reactie