Recensie: The Lion King [Jon Favreau, 2019]

Wie de wereld achter The Lion King wil begrijpen, moet onder andere terug naar de Egyptische mythen rond Osiris, de god van de dood en de onderwereld, en zijn koningin, de godin Isis. Na een kwade list van Seth, de voorvader van Scar, kan alleen Horus, de zoon van Osiris (toepasselijk genoeg met de stem van Darth Vader) een nieuw tijdperk (lett. Aeon of Horus) doen aanbreken. Om alles te regeren wat het Licht aanraakt, moet hij eigenhandig met de opstandige Seth afrekenen.

Anno 2019 wordt de door velen gekoesterde animatieklassieker (1994) nagemaakt als een fotorealistische echo van het origineel, in lijn met eerdere recycleprocedures als The Jungle Book (Favreau, 2016) en Beauty and the Beast (Bill Condon, 2017). Het recept is bekend en de uitkomst ook: Disney’s vertrouwen in de nostalgische gunfactor is overduidelijk groot. Verwacht dus geen inventief verhaal met verrassende aanpassingen, maar een feest (of, voor sommigen, doodsmars) van herkenning, dat scènes uit de animatie regelmatig één op één overneemt, en ze daarbij hooguit wat rekt of aanpast aan de tijdsgeest. Zo presenteert de troep hyena’s zich niet langer als een masculien cordon. Shenzi (stem van Florence Kasumba) eist een sterkere (vrouwelijke) leiderspositie op. Daarnaast paraderen de hyena’s ook niet langer in nazistische tred voor Scar langs, al steekt de zogeheten sikkelmaan, die zich laat associëren met het Ottomaanse Rijk en het huidige Saoudi-Arabië, nog steeds even scherp af tegen de nachtelijke hemel. Pijnlijk of op zijn minst ongemakkelijk, als je weet hebt van de vermeende antisemitische inslag in het gedachtegoed van pater familias Walt Disney.

Het ideologische aspect ten spijt heeft The Lion King het enorme voordeel van een briljant arsenaal aan songs die de soundtrack kleuren. In combinatie met de grafisch verfijnde illusie van levende en sprekende dieren en prachtige natuur maakt deze remake puur op audiovisueel vlak dan ook een sterk positieve indruk, al moet gezegd dat het uitdrukkingsloze dubben wel een nekslag is geweest voor de ontwikkelde karaktertrekken en gezichtsuitdrukkingen die we in het origineel terugzagen. Het is precies dat (grote) detail dat de nieuwe Lion King dramatisch een stuk minder invoelbaar maakt, en soms eerder doet vermoeden dat we naar een gepimpte aflevering van Planet Earth kijken.

Beyoncé zou Nala vast niet gespeeld hebben zonder een eigen nummer, in dit geval een duet met de vocaal ondersneeuwende Donald Glover (Simba). De scène en het bijbehorende nummer, ‘Spirit’, voegen niets aan de film toe, maar onderstrepen wel waar de eenzame kracht van The Lion King ook in 2019 nog ligt; in die ene handvol songs die je hoofd tijdens het kijken al binnendringt, en er met wat geluk een aantal dagen later pas weer uitkomt.

Trailer

The Lion King (2019). 118 min. Regie: Jon Favreau. Met de stemmen van James Earl Jones, Beyoncé Knowles-Carter, Donald Glover e.a.

Vanaf woensdag 17 Juli te zien

2 gedachten over “Recensie: The Lion King [Jon Favreau, 2019]”

Geef een reactie