Samenzweringstheorieën en ‘Fake News’ [Column]

sciencemag.org

Gisteren deelde ik op dit blog een beknopte uiteenzetting over de oorsprong en toepassing van het woord ‘complotdenker’. Deze genadeloos stigmatiserende benoeming is in zijn Engelse taalvariant (‘conspiracy theorist’) een stuk minder oud dan de orde van de dag vaak doet vermoeden. We leven in een digitaal tijdperk waarbinnen de ‘complotdenker’ een zodanige status heeft gekregen dat mainstream media in binnen-en buitenland zichzelf een extra taak hebben toegedicht: het ontmaskeren van ‘fake news’ en het ontkrachten van als zodanig bestempelde complottheorieën. In die hoedanigheid stuitte ik onlangs in Nederlandse context onvermijdelijk op berichten als deze (Het Parool), deze (NRC) en deze (De Volkskrant). De onderliggende boodschap is duidelijk: zodra je als burger-consument niet langer uitsluitend je toevlucht zoekt tot gezaghebbende, mainstream mediakanalen, wordt het internet ineens een bedreiging voor het gezond verstand en voor de algemene orde van de dingen. Mede daarom worden ‘complotdenkers’ menigmaal als ‘gevaarlijk’ aangemerkt.

Een gehaaide psychoanalyticus zou nu kunnen reageren dat het gezond verstand van de mens een illusie is, en dat ieder mens ten diepste wordt gedreven door driften en onderdrukte verlangens. Zo’n uitleg is voor journalisten en nieuwsgoeroes maar beperkt interessant, omdat zij daarmee een bom zouden leggen onder het instituut (de ‘ratio’) dat hun eigen bestaan rechtvaardigt. Een andere manier van denken en functioneren is nodig. Zijn sommige mensen dan misschien vatbaarder voor complotdenken dan anderen? Is ‘complotdenken’ een psychische conditie, die verklaart waarom sommigen overal complotten zien en anderen niet? Ook dit argument laat zich maar ten dele inzetten. Sommige complottheorieën zijn immers verdraaid rationeel. Een rechercheur die een moord onderzoekt waarbij meerdere individuen betrokken waren, kan niet zonder een vorm van ‘complotdenken’ om te achterhalen wat er precies is gebeurd. Daarnaast hebben een aantal specifieke complottheorieën gewoonweg te veel aanhangers gekregen om te kunnen blijven spreken van zinsverbijstering.

Karel van Wolferen benoemt in de eerder aangehaalde uiteenzetting hoe de term ‘conspiracy theorist’ in de jaren zestig tot wapen werd gemaakt door de CIA. Dat was nodig, want indertijd twijfelde meer dan de helft van de Amerikanen aan het officiële ‘Warren Commission Report‘ (1964). Als zoveel mensen twijfelen aan een narratief, kom je als gezaghebbende instantie niet meer weg met de uitleg dat je criticasters er simpelweg naast zitten. Toegeven dat deze criticasters misschien gelijk hebben, is geen optie, zeker niet als het er een slordige honderd miljoen zijn en jij een machtspositie te verdedigen hebt. Je hebt een vast stempel nodig dat mensen categoriseert als onwenselijk, en je herhaalt dat stempel net zo lang tot (in extremis) zelfs de mensen die eerder misschien tegen je waren erin gaan geloven. Voor de CIA (opgericht in 1947) was dit haalbaar, omdat zij Amerikaanse mainstream mediakanalen konden inzetten (klik hier voor uitgebreide documentatie van ‘Operation Mockingbird‘, bronselectie op eigen verantwoordelijkheid) om de term ‘conspiracy theorist’ verder te verspreiden en te normaliseren. ‘Conspiracy theorist’ (of ‘complotdenker’) is zo geen objectieve, ontologische categorie, maar een effectieve ideologische constructie.

De vernietiging van de Twin Towers in 2001 gaf deze constructie een grove vijfendertig jaar later een enorme boost. Het internet gaf sceptici een podium dat zij ten tijde van Kennedy’s dood nog niet hadden gehad. Net als in 1964 was er weer een officieel commissierapport, en net als in 1964 ontstond er weer een kloof tussen ‘gelovigen’ en sceptici. De waarheid doet meer ter zake dan wat dan ook, maar meer dan ooit tevoren groeide de fundamentele kloof tussen het officiële narratief en de talloze alternatieve toelichtingen uit tot het eigenlijke verdict. Voor relativisten is deze tombola van zinloze ‘welles-nietes’-discussies het ultieme argument voor een postmodern manifest (zie ook mijn essay ”we zijn het weten kwijt” uit Februari 2018). Nog steeds moeten mensen die zich niet noodzakelijk tot één van beide ‘kampen’ rekenen zich verzoenen met een hyper-realiteit van botsende stellingen. Tot ze hun eigen konijnenhol gevonden hebben.

Het digitale tijdperk heeft zelfs ‘informatiebubbels’ tot potentiële wapens gemaakt. Ontdekt u de waarheid? Dat is fijn voor u, maar u zult het altijd op moeten nemen tegen onverbiddelijke sceptici. Ze zullen u vertellen dat u in een bubbel zit, en dat algoritmes een spoor van misleiding hebben achtergelaten in uw brein. Soms zullen ze doordenken, en met het vingertje wijzen naar de corporaties die voor die algoritmes en voor dat spoor van misleiding verantwoordelijk zijn. Maar al te vaak zult u echter worden uitgelachen als u het woord waarheid in de mond durft te nemen zonder het tussen aanhalingstekens te plaatsen.

In zo’n omgeving regeert de relatief recente omgekeerde psychologie van ‘fake news’. Het verstand van de mens zoekt naarstig naar orde, naar noemers die helpen om te onderscheiden wat binnen-en buitengesloten moet worden. In zo’n proces werkt niets beter dan een stigma dat duidelijk maakt wat die orde en dat onderscheid bedreigt. Ook als dat stigma vooral de status versterkt van mediakanalen die zich bij uitstek historische meesters van manipulatie op massaschaal hebben betoond (dit vraagt tal van studies, maar de eerder gedeelde documentatie van ‘Operation Mockingbird’ is een handzaam beginpunt). Leugens en bedrog bestaan al sinds jaar en dag, maar ‘fake news’ is een relatief recente uitvinding. Eén van de grootste fans van de term heeft zijn criticasters een ongekende macht (terug)bezorgd. Dat is hoe omgekeerde psychologie werkt: iederéén weet dat Trump in zijn politieke carrière tot nu toe meer onwaarheden heeft uitgekraamd dan een willekeurige fabrikant van leugendetectors tien jaar terug voor mogelijk had kunnen houden. Iederéén kan zich in het ‘fake news-tijdperk’ dus met hernieuwd vertrouwen vastklampen aan Trump’s grootste criticasters: de mainstream media die zich dialectisch tegenover hun vijand hebben opgesteld. Hegel zou trots zijn: hij wist als geen ander dat ‘theses’ en ‘antitheses’ (Trump en zijn criticasters) uiteindelijk verbleken in het licht van iedere voorgestelde synthese. ‘Fake news’-verhalen en ‘complottheorieën’ laten zich pas echt goed toetsen als je je voorbij de stempels beweegt en zoekt naar de syntheses: de personen, instanties, ideeën en gebeurtenissen die daadwerkelijk de loop van de geschiedenis bepalen.

‘Complottheorieën’ zijn mede hierom nooit automatisch waar of onwaar. Alles hangt af van basische vragen als ‘wie?’, ‘wat?’, ‘waar?’, ‘hoe?’, ‘wanneer?’ en ‘waarom?’, die spijtig genoeg vaak als eerste overboord gaan als er weer eens een ‘complotgekkie’ in een hoekje wordt gedrukt. Dit gebeurt niet alleen in exploderende Facebook-feeds, maar juist ook via alom gerespecteerde mediakanalen (neem de Nederlandse medialinks in de eerste alinea van deze post) en bij monde van wetenschappers, als zodanig benoemde ‘experts’ (een aanduiding die in de huidige Coronacrisis door binnen-en buitenlandse mainstream media en politieke leiders tot een op zichzelf hol dogma is gebombardeerd, omdat deze ‘experts’ verschillende dingen zeggen en de aanduiding doorgaans op voorhand boven hun bevindingen wordt verheven) en politieke leiders. Juist deze (historische) ontwikkeling is zorgwekkend: zelfs een ‘wetenschappelijke verklaring’ hoort een toetsing uiteindelijk niet te overleven als de argumentatie in feite vooral blijkt te rusten op de schouders van gezag en autoriteit.

Maar al te vaak is ‘conspiracy theorist’ (of ‘fake news’-verspreider’) in dit kader een eufemisme gebleken voor ‘gevaarlijk en onwenselijk individu‘. Dit gegeven is curieus, want in een werkelijke, volledig transparant functionerende democratie zou ieder (gekozen) establishment moeten kunnen vertrouwen op het kritisch denkvermogen van zijn burgers. Als er écht niets te verbergen valt, boet de voedingsbodem voor ‘fake news’ en ‘samenzweringstheorieën’ vanzelf in aan vruchtbaarheid, ook in een digitaal tijdperk.

Bent u het met die laatste bewering oneens, en meent u dat ‘fake news’ en ‘samenzweringstheorieën’ wel degelijk een bedreiging zijn voor uw dagelijks burgerleven en uw eigen denkvermogen? Dan is dat misschien wel het ultieme bewijs dat u het wapen wel gezien hebt, maar de kogel niet hebt horen afgaan.

Bron afbeelding kop

Een gedachte over “Samenzweringstheorieën en ‘Fake News’ [Column]”

Geef een reactie