Golfbrekers en gebergten: de ‘trage’ cinema van Mimosas, Drift en Dead Slow Ahead

‘Ik vond die film maar saai. Eigenlijk gebeurt er niets’. Ik heb eens nagedacht hoe vaak ik die zin (of variaties daarop) al niet gehoord heb. Uiteraard diende een definitief antwoord zich niet aan, maar de overdenking sterkte mijn conclusie: een film zonder verhaal is als een schip in de Bermudadriehoek. Laat ik eens onbeschaamd generaliseren: wij mensen zoeken naar ontwikkelingen en gebeurtenissen. Wat we willen zien is niet wat er is, maar wat er verandert. Zonder verandering geen plot, en zonder plot geen film. Of ligt het genuanceerder?

De voorbije twee maanden zag ik een drietal films die zich van de term ‘verhaal’ niets aantrokken. Ze waren volstrekt eigenzinnig en experimenteel in hun aanpak: ze toonden de dingen precies zoals ze waren.

In Mimosas (Oliver Laxe, 2016), Dead Slow Ahead (Mauro Herce, 2015) en Drift (Helena Wittmann, 2017) wordt cinema teruggebracht tot een prachtige essentie: de ritmes van dag en nacht, berg en dal, zee en land. Beelden van statige situaties eisen een hoofdrol op en de altijd atmosferische geluidsband zorgt voor een zeldzame kalmte. Met een goede koptelefoon kun je verdwalen in het onveranderlijke.

Films van deze aard vragen om een ander soort kijken. Wie zoekt naar een verhaal komt bedrogen uit, en wie op verandering wacht stelt zijn geduld op de proef. Contemplatieve cinema is een dure term voor cinema die je onderdompelt. Weg is je besef van ruimte en tijd. Minuten worden uren, in het doek én in de zaal. Een woord naar je buurman of een blik op je telefoon? Weg ervaring.

Ik ben me er goed van bewust dat veel mensen bij zo’n omschrijving volledig afhaken. Tóch wil ik graag een lans breken voor deze vorm van cinema. MimosasDrift en Dead Slow Ahead schreeuwen om geduld en berusting in een wereld die constant verandert. De verstillende beelden branden zich op een netvlies dat getekend is door uitgekauwde romances en gerecyclede actiehelden.

In Mimosas trekt een karavaan door het machtige Marokkaanse Atlasgebergte. Het doel van de trip (het lichaam van een overleden sjeik naar zijn eeuwige rustplaats brengen) is ondergeschikt aan de regie van de natuur. De (geluids)montage werkt zodanig op de film in dat ook de kleinste verandering zijn weerslag heeft. Ergens halverwege wordt het reisgenootschap plots belaagd, waardoor de rust en de gevoelsmatige continuïteit van de geluidsband wordt doorbroken. Ik kan me geen andere film herinneren waarin de inslag van een kogel zoveel impact had op mijn kijkervaring.

Dead Slow Ahead toont het leven van arbeiders op een groot containerschip. Regisseur Herce (niet geheel toevallig ook de cinematograaf van Mimosas) registreert het ritme van dag en nacht tegen de constante beweging van de beukende boeggolven. De grootste spanning binnen de plot moet gezocht worden in een telefoongesprek. Voor zeelieden kan het contact met geliefden zomaar de enerverende apotheose van een werkdag zijn.

Drift speelt met het natuurlijke contrast tussen water en land. Het eerste kwartier van de film is gesitueerd in het kaal ingerichte appartement van twee Duitse vriendinnen. De statische camera onderstreept de rol van het vasteland als een plaats van contact en vestiging. Later in de film trekken de zussen naar de oceaan. De hypnotiserende beweging van de golven heeft de potentie kijkers in een trance te brengen. Op ‘narratief’ vlak doen de golven iets anders: ze wekken de suggestie van verandering en verwijdering. De twee zussen uit Drift blijven niet bij elkaar. In het laatste shot is één van de twee vriendinnen terug in haar appartement. De afstand tussen de twee wordt visueel gemaakt door een foto van de zee, getoond in het frame al voordat een langzame zoom de golven groter maakt.

De foto bevestigt dat ook ‘trage’ cinema uiteindelijk over beweging en verandering gaat. Die processen zitten echter gevangen in het concept dat we tijd noemen. Maar al te vaak maakt cinema de tijd onzichtbaar. Door snel gemonteerde beelden rennen we van impressie naar impressie, (letterlijk) de stilstand voorbij. ‘Trage’ cinema vereist dat we ons van de tijd bewust worden. Dat we een actieve houding aannemen, en verandering niet langer zien als een vanzelfsprekendheid. Zonder reflectie is er geen cinema.

Hier, hier en hier vind je een aantal voorbeelden van ‘slow cinema’-filmlijsten (laatste ook met links naar een aantal key essays). Zoals je zult zien lopen de inzichten over de te gebruiken termen sterk uiteen. Slow cinema klinkt denigrerend en baseert zich in de eerste plaats op de perceptie van de kijker. Toch is de term doorgaans het meest gangbaar. Contemplatieve cinema neemt de film als vertrekpunt en vraagt de kijker zelf een actieve houding aan te nemen. ”Trage cinema” is doorheen dit essay bewust tussen aanhalingstekens geplaatst.

Aanbevolen: het artikel ”Slow Time, Visible Cinema: Duration, Experience, and Spectatorship” van Tiago de Luca. Contacteer me voor een pdf-kopie (21 p.). De Luca publiceerde in 2015 het boek Slow Cinema.

Geef een reactie