‘’Wat kan ik mijn kinderen anders leren dan stelen?’’, zegt Osamu teneergeslagen. Hoe bizar die uitspraak op zichzelf ook mag klinken, ze sluit naadloos aan bij het soort rol dat Koreeda’s eindeloze sympathie heeft: de vader die niet geworden is wie hij wilde zijn. Niets is menselijker dan de onmacht die het menszijn in het werk van de cineast zo regelmatig definieert.
Pawlikowski’s filmstijl is een nieuwe viering van het verstillende zwart-wit dat Ida (2013) tot een succes maakte. Mede door de contrastrijke fotografie wanen we ons daadwerkelijk in het verleden. Cold War gaat nog een stap verder: de beelden resoneren niet alleen in een ‘traditie’ (zie dit Cine-artikel) van hedendaagse zwart-witfilms, ze verwijzen impliciet ook naar een grootheid uit de Europese arthouse-canon. Ergens halverwege de film glijdt de camera langzaam langs een kade, waaraan zich een haast mythisch schouwspel voltrekt. Een verliefd koppel viert de liefde in de verte tussen water en land. Het mistroostige besef van afstand (de camera is op de boot geplaatst waarin Zula en Wiktor zich bevinden) wordt nog eens versterkt door de trage beelddynamiek. Is dit het antigif voor de idyllische woestijnscène in Michelangelo Antonioni’s Zabriskie Point (1970)? Daar vervlochten de lichamen van verschillende stellen zich in de aanloop naar de onvermijdelijke destructie. Hier, in het zwart-wit van een verscheurd Europa, lijkt de scheiding van het begin af aan al bewerkstelligd: de liefde is conditioneel. Er is zelfs geen perspectief om te dromen, om in de romantiek te verdwalen voordat, pak ‘m beet, het muzikale geweld van Pink Floyd uitbreekt en de wereld ontploft. In Cold War staat de wereld zodanig op scherp dat Wiktor en Zula zich constant tussen vluchten en stilstaan bewegen. De scheiding is de norm geworden.
Peters heeft betrekkelijk weinig tijd nodig om Brico’s dappere rol in een muzikale mannenwereld te schetsen. De rijkelijk bevoorrechte concertorganisator Frank Thomsen (Benjamin Wainwright) kijkt vanuit de coulissen neer op zijn in een sociaal-politieke mal gepropte mindere. Wrang genoeg levert het haar wel een plek in het lesprogramma van een gerenommeerde dirigent op. Thomsens oorspronkelijke dedain voor de zelfbewuste dirigente helpt hem niet als hij in een later stadium in de gedoodverfde rol van love interest moet kruipen. Zelfs als de twee de kloof tussen hun water en vuur pogen te dichten, behoudt Wainwrights personage zijn egoïsme, wat pas later tot broodnodige verontschuldigingen leidt. De haast verplichte toenadering tussen de twee geliefden voelt geforceerd en ook wat onlogisch: is De dirigent niet in de eerste plaats een vertelling over ambitie, waarin Antonia alles opzij wil zetten om haar doel te bereiken? Waarom dan toch die toevlucht tot gebaande ‘romantische’ paden?
De troosteloze leefomgeving van de vijftienjarige Eryk laat weinig te wensen over. Een stenen basketbalpleintje geeft nog de meeste kleur aan de vermetele contouren van een zielloos Pools dorpje. Buitenshuis en binnenhuis opereren in een afgebladderd continuüm. ”Alles is hier kapot, niets wordt meer gemaakt’, klinkt het uit de mond van Eryks getroebleerde moeder. Die uitspraak slaat net zo goed op het interieur als op de verstoorde familiedynamiek.
De achtjarige Shula is een heks, beweert een snuggere getuige voor het plaatselijke gezag. Toen hij aan het werk was op het land stond ze ineens voor hem. Bijl in de hand, een mysterieuze schaduw boven zijn hoofd. Het bleek een droom te zijn. Maar toch: een getuigenis. De beambte van dienst belt met de uitbater van het nabijgelegen heksenkamp, een toeristische trekpleister die we in de voorafgaande scène al bezocht hebben. Of ze haar identiteit ontkend heeft, is de hamvraag van de nonchalante profiteur. Dat blijkt niet het geval. Een heks dus.Lees verder Recensie: I Am Not a Witch [Rungano Nyoni, 2017]→
In de openingsscène van La Prière lijken de ogen van de 22-jarige Thomas de camera een fractie van een seconde te doorboren. Dat wil zeggen: na zijn schichtige blik volgt er geen corresponderend beeld, geen point of view. Kijkt Thomas naar ons? Of moeten we ons een spiegel inbeelden? Zeker is dat onze hoofdpersoon later in de film opnieuw een bepalende blik naar opzij zal werpen. Waarop het beeld wél correspondeert, in de vorm van een persoon. En dat verandert alles.
Met de release van Journeyman in het vizier keek ik uitgebreid terug op Paddy Considines Tyrannosaur (2011). Deze flashback-recensie is tevens mijn schrijfdebuut voor Cine.nl.
”Antiheld Joseph (Peter Mullan) heeft zich tot zijn eigen misère veroordeeld, het grauw-realistisch gefilmde noorden van Engeland doet de rest. Dit is het soort leefomgeving waarin je brokstukken niet meer opruimt. Ze passen perfect in het decor.”
Wie danst er nu als hij eigenlijk nooit vooruit komt? De Foxtrot uit de filmtitel kun je lezen als een metafoor voor oorlog: het strijden tegen een onbekende vijand, het lijden dat nooit stopt. Soldaten zijn pionnen in een spel zonder console. En dus slaan toeval en willekeur om de haverklap toe. In Samuel Maoz’ debuutfilm Lebanon (2009) en des te meer in het ontstellende Foxtrot. De dans met leven en dood krijgt in dit Israëlische drama een uniek filmisch karakter.
‘’Religie is opium voor het volk’’, quoteren we Karl Marx naar hartenlust. Maar was religie binnen de ideologie van de Duitse denker niet eerder opium van het volk? Onder het juk van de kapitalistische tirannie zoeken arme burgers naar een medicijn dat hoop biedt in hopeloze tijden. Dat medicijn wordt religie; de perfecte illusie, door de mens zelf geschapen, verzacht de pijn van een drukkend bestaan.
Hirokazu Koreeda opent met een climax. In de openingsscène zien we hoe Misumi (Kôji Yakusho) met de nacht als getuige een fabriekseigenaar van het leven beroofd. Advocaat Shigemori (Masaharu Fukuyama) hoeft geen enkele moeite te doen om een bekentenis los te weken, maar de grote waarom-vraag is oneindig veel complexer. Misumi benadert zijn motief met een haast psychopatische onverschilligheid – de waarheid van nu is over tien minuten weer gevlogen. Shimegori ziet het met lijdzame ogen aan. Wie niet oppast, verdrinkt in Rashom-onzekerheid (die toespeling ontleen ik aan een ander), waarbij de tot subjectiviteit veroordeelde mens de waarheid uiteindelijk nooit kan kennen.
This website uses cookies to improve your experience while you navigate through the website. Out of these, the cookies that are categorized as necessary are stored on your browser as they are essential for the working of basic functionalities of the website. We also use third-party cookies that help us analyze and understand how you use this website. These cookies will be stored in your browser only with your consent. You also have the option to opt-out of these cookies. But opting out of some of these cookies may affect your browsing experience.
Necessary cookies are absolutely essential for the website to function properly. This category only includes cookies that ensures basic functionalities and security features of the website. These cookies do not store any personal information.
Any cookies that may not be particularly necessary for the website to function and is used specifically to collect user personal data via analytics, ads, other embedded contents are termed as non-necessary cookies. It is mandatory to procure user consent prior to running these cookies on your website.